Stoppen, kalmeren, rusten, genezen

Eén van de kwalen van deze tijd is dat alles snel moet, ook genezing. De oude wijzen wisten echter al dat genezing  vier fasen kent: stoppen, kalmeren, rusten en genezen. Ontprikkelen is op deze wijsheid gebaseerd. Voor deze fasen moet je de tijd nemen. Dan kan de ‘nieuwe’ jij ontstaan, de jij die de juiste dingen doet.

Stoppen hoeft niet te betekenen dat je fysiek stopt met wat je doet. Dat kan wel, maar stoppen is meer de bereidheid om open te kijken naar wat er nu speelt. Zonder je af te vragen wat je gaat doen als je weer ‘beter’ bent. Je bent bereid om te accepteren dat na het proces niets meer hetzelfde zal zijn. Daarom geeft stoppen ruimte en zorgt voor een heldere blik. Een blik die de nieuwe, zachtere manier van met jezelf omgaan mogelijk maakt.

Kalmeren is tot rust komen. In deze fase vervang je een aantal onrustig makende prikkels door prikkels die kalmte en helderheid geven. Je leert een aantal oefeningen die je geest trainen om op een gezondere manier met prikkels en je energie om te gaan. Kalmeren maakt het mogelijk om uit te rusten.

Voorbereiding op de nieuwe jij

In de rustfase rust je uit. Tegelijkertijd bereid je je voor op de nieuwe jij. Omdat er ruimte is ontstaan kun je op helder naar jezelf kijken. Je begint te zien welke overtuigingen geleid hebben tot je oude, overprkkelende gedrag. Je leert  onderscheiden wat bij je past en wat niet en je kiest de prikkels die bij de behoeften van je ziel passen.

Genezen betekent: in de praktijk brengen wat je in de rustfase over jezelf geleerd hebt. Je hebt nu geleerd om regelmatig oprecht naar je systeem te luisteren, om te horen of je nog wel op de goede weg zit. Hierdoor stuur je nu bij op basis van je innerlijke wijsheid. Zo leid je een authentiek leven en voorkom je dat oude klachten terugkeren.